Waardeoverdracht, individueel of collectief?

Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch (ECLI:NL:GHSHE:2017:3060) laat zich uit over de vraag of in onderhavige kwestie sprake is van individuele of collectieve waardeoverdracht en welke rekenregels dienen te worden gehanteerd.

Wat was er aan de hand?
Per 1 januari 2008 is de vennootschap verzelfstandigd vanuit het DSM-concern. Tot dat moment namen de werknemers deel aan de pensioenregeling bij PDN. De vennootschap heeft zich vrijwillig aangesloten bij het ABP, voor de opbouw van pensioen.

De werknemers zijn voorgelicht over de gevolgen van de overgang van PDN naar ABP. Toegelicht is dat de werknemers konden kiezen voor waardeoverdracht. Appellanten hebben in november 2008 (gelijk aan totaal 19 andere werknemers, zij het op verschillende data) ieder afzonderlijk bij ABP een verzoek tot waardeoverdracht ingediend.

Het ABP PDN geïndiceerd DNB te informeren over deze ‘collectieve’ waardeoverdracht. Vanwege het dekkingstekort bij ABP, heeft DNB collectieve waardeoverdracht aan ABP verboden. Na verloop van tijd heeft DNB schriftelijk het verbod ingetrokken. In navolging hierop heeft ABP offertes opgesteld, welke door de werknemers zijn geaccepteerd en de waardeoverdracht is gerealiseerd.

Berekening overdrachtswaarde
De werknemers menen dat de overdrachtswaarde te laag is vastgesteld, met als gevolg te lage aanspraken. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen.

Appellanten beroepen zich onder andere op artikel 71 Pensioenwet (PW). Dit artikel ziet op de situatie dat sprake is van een individuele beëindiging van de deelneming in een pensioenregeling. Tussen partijen staat vast dat van een dergelijke situatie géén sprake is geweest, ondanks dat door PDN is aangegeven aan de vennootschap dat de waardeoverdracht conform artikel 71 PW zal worden uitgevoerd.

Oordeel Hof
Het Hof is van oordeel dat dit betrekking heeft op de procedureregels, zoals de te hanteren termijnen, maar niét dat hieruit ook kon worden opgemaakt dat dit zou gelden voor de rekenregels en ook niét dat dit ten aanzien van zowel de termijnen als de rekenregels zou gelden jegens ABP. Ondanks dat door PDN bij de vennootschap wel de verwachting is kunnen ontstaan dat de rekenregels uit 2008 zouden worden toepast, dan had nog niet betekend dat ABP daarvoor de gewenste pensioenaanspraken zou hebben kunnen toekennen.

Dat in de voorlichting is gesproken over ‘individueel’, is volgens het Hof onvoldoende voor de werknemers voor de stelling dat de rekenregels 2008 gelden. Een beroep op redelijkheid en billijkheid faalt eveneens.

Schending zorgplicht / onrechtmatig handelen
Appellanten stellen dat PDN/ABP ten onrechte artikel 83 PW hebben toegepast, zijnde de situatie waarin de werkgever verzoekt om collectieve waardeoverdracht. Dit is niet aan de orde.

Het Hof oordeelt dat PDN/ ABP alsdan artikel 75 lid 2 PW hadden moeten toepassen, betreffende de bevoegdheid om mee te werken aan een individueel verzoek tot waardeoverdracht. Hiervoor gelden echter niet de wettelijk voorgeschreven termijnen en rekenregels. Dat de waardeoverdracht door de melding bij DNB langer heeft geduurd dan nodig maakt niet dat de werknemers schade hebben geleden. De waardeoverdracht kon sowieso niet eerder worden gerealiseerd.

Tot slot oordeelt het Hof dat de vennootschap in haar vorderingen niet-ontvankelijk is, omdat, kort gezegd, de vennootschap geen belang heeft bij de rechtsverhouding tussen PDN/ABP en haar werknemers. Het feit dat sprake is van arbeidsovereenkomsten met haar werknemers en een uitvoeringsovereenkomst met ABP, maakt niet dat de vennootschap ook een rechtsbetrekking heeft met PDN en/of ABP voor wat betreft de waardeoverdrachten.

Conclusie
Waardeoverdracht blijft een lastige materie, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen individuele en collectieve waardeoverdracht. Daarnaast is het van belang om te bepalen of in voorliggende situatie de pensioenuitvoerder verplicht is uitvoering te geven aan een verzoek of slechts bevoegd. Immers, dit heeft gevolgen voor de te volgen procedure en/of te hanteren rekenregels. Hetgeen mogelijk van invloed is op de hoogte van de pensioenaanspraken. Laat u zich dan ook goed adviseren of waardeoverdracht zinvol is.

Mr. Mirjam Koenes MPLA (1965) is sinds 2008 advocaat bij Gommer & Partners Pensioen Advocaten. Daarvoor was zij werkzaam als beleidsmedewerker pensioen bij een bestuursbureau van een beroepspensioenfonds, nadat zij haar pensioenkennis en ervaring als pensioenjurist had opgedaan bij Akkermans & Partners te Tilburg. Verder is zij lid van de Nederlandse Orde van PensioenDeskundigen en publiceert zij regelmatig artikelen in onder ander de vakbladen PensioenAlert, Onderneming & Pensioen en Loonzaken.

Gommer & Partners Pensioen Advocaten